Intro

We duiken we in het rijk van illustratieve vormgeving – het gebruiken van illustratie in een grafisch ontwerp. Ons domein: een poster.

Heel de opdracht lang ligt er een grote nadruk op proces: vanuit een idee naar een illustratief ontwerp. Experiment, herneming en aanpassing zijn erg belangrijk.

Beeld en tekst worden gecombineerd met een grote focus op compositie, visuele hiërarchie en een reeks grafische principes die we stuk voor stuk behandelen.

Leren maken wil zeer expliciet zeggen leren kijken, dus fundamenteel aan deze opdracht is het verbreden van je eigen visuele referentiekader. Je stapt weg van de betreden paden, met een open blik, experimentele composities, een grafische beeldtaal en een originele illustratieve aanpak.

Finaal werken we ook toe naar 1 groot formaat poster waar je focus verschuift van experiment en iteratie naar uitwerking en afwerking, en je leert ook illustreren in functie van print.

Een poster

Sta even stil bij de vorm: de poster. Het is een van de klassieke formats in onze beeldcultuur. Een poster is eigenlijk niet meer dan een

[1] groot stuk papier
[2] met beeld en tekst op,
[3] in een oplage gedrukt of geprint,
[4] verticaal bevestigd ergens in de openbare ruimte.

Hier kan je als maker enkele zaken uit afleiden:

[1] ik moet iets maken dat op groot formaat werkt en tot zijn recht komt,
[2] waarbij een beeld wordt vormgegeven in relatie tot een hoeveelheid informatie,
[3] ik moet het op zo’n manier maken dat het goed gereproduceerd kan worden,
[4] het moet mensen kunnen aantrekken die er niet per se naar op zoek zijn, vanop een afstand.
[4.1] Het mag ook niet teleurstellen van dichtbij: niets frustrerender dan een boel beloven van ver, en de benieuwde kijker niet belonen eens dichtbij.

Deze voorwaarden bepalen mee het speelveld waar jij in gaat spelen.

De poster anno nu is lang niet meer het grafische powerhouse dat hij ooit was. In een veranderde beeldcultuur is hij een veel minder centraal object en is het ontwerp ervan vaak bijzonder fantasieloos en doordeweeks.

De combinatie aan karakteristieken en de rijke geschiedenis ervan maken hem echter de ideale case study voor jullie intrede in grafische compositie en visuele punch.

Visuele principes

We behandelen een set van visuele principes. Je kan ze zien als een grafische gereedschapskist die gehanteerd wordt om sterke composities mee te maken. Deze worden toegelicht aan de hand van voorbeelden en verklaard aan de hand van beeldtheorie.

Er is vanzelfsprekend veel overlap, en ontwerpen hanteren van een combinatie van een of meer beeldprincipes tegelijkertijd, maar het zijn heel sterke intro’s die handzaam en snel te leren zijn.

Ze vormen een leidraad doorheen jullie onderzoek deze opdracht:

Good problems

De bedoeling is om jullie gedurende de lessenreeks te confronteren met problemen, zodat jullie gereedschappen gaan aanwenden om tot interessante oplossingen te komen. Beeldverwerking op de computer wordt er zo een: snél scannen, bewerken en printen, góed scannen, verwerken en printen. Beelden maken voor groot formaat is een tweede: de gebruikelijke manieren van werken schieten hier doorgaans te kort. Werken met typografie is een derde en vaak onontgonnen domein voor jonge illustratoren.

Een theaterposter

Wij gaan onze illustratieve skills specifiek ten dienste stellen van een theatervoorstelling. We maken dus een toneelposter. Je kiest uit een van de volgende stukken:

Wat moet er op de poster: de titel, de toneelgroep of compagnie die het speelt, en eventueel de oorspronkelijke schrijver en de locatie.

Een concept

We weten heel goed dat het niet evident is om hiermee aan de slag te gaan, vandaar vertrekken we heel erg vanuit concept. Dit introduceren we stapsgewijs in de lessen en korte opdrachten.

Concreet

Aan het einde van de rit wordt van je verwacht dat je alle behandelde principes hebt onderzocht in je proceswerk, en vanuit dit experiment hebt toegepast in 1 tot in de puntjes uit- en afgewerkte finale poster. Die poster is gestoeld op een interessante invalshoek vanuit inhoudelijk onderzoek.

Op de jury toon je de volgende zaken:

  • 1 finale B1 poster (707 × 1000 mm), geprint op de plotter in de printroom op mat papier

  • een A3 onderzoeksboek vól ontwerpschetsen, tests, tekeningen, referentiemateriaal en notities

Doelstellingen

  • Je kan de aangehaalde visuele principes hanteren in een zelf opgezette illustratieve vormgeving (cf. vorm, techniek en materiaal)

  • Je kan vanuit een gegeven narratieve inhoud aan de hand van associatie, visuele metafoor en visuele metonymie een illustratief concept opzetten (cf. concept, functie en inhoud)

  • Je kan stapsgewijs werken, herhalen en verbeteren in de onderzoeks- en schetsfase (cf. onderzoeken en reflecteren)

  • Je kan een illustratief concept, gekoppeld aan een gestelde inhoud, uitdenken en -werken (cf. onderzoeken en reflecteren)

  • Je kan een ontwerp stapsgewijs opzetten en ontwikkelen (cf. structuur en organisatie)

  • Je kan een opdracht plannen en afronden in een gestelde tijd (cf. structuur en organisatie)

  • Je beheerst en controleert het technische aspect (materialen, afwerking) in de uitvoering van een werk (cf. vorm, techniek en materiaal):

    • Correct en kwalitatief scannen, beeldbewerkingen uitvoeren, printen